Posted on Geef een reactie

Bregje’s column: ‘We hebben de Tafelberg beklommen en dat was me een flinke klim kan ik je vertellen’

Ze zijn hier dus ontzettend sportief. Zo kan je in het verkeer niet om de mountain-bikers heen. Maar dat willen ze dus wel. Want er staat loeigroot “Stay wider from the rider” gedrukt op die fluorescerende en te strakke truitjes van ze. Dat ze met dit verzoek het hele doorgaande verkeer stagneren, lijkt ze niet te deren.

De hardlopers doen daar ondertussen ook gezellig aan mee. Zijn immers niet allemaal doodlopers. Het lijkt soms wel, of dat iedereen net aan een hike begint of net van de iron-man terugkomt. Het verklaart in ieder geval waarom het merendeel altijd in sportkleding loopt. Vast niet alleen omdat het zo lekker zit of afkleedt.

Tafelberg beklommen

Wanneer iedereen om je heen zo sportief oogt, krijg je daar toch een tik van mee. Én omdat de meeste tochten ongeveer in onze achtertuin beginnen, zijn wij ook overstag gegaan. We hebben de Tafelberg beklommen. Niet dat we de eerste waren. Was eigenlijk ook meer lopen, dan klimmen, maar toch heugelijk genoeg om daar hier even over uit te wijden.
We kozen voor het zogenaamde “jeep-track.” Een tocht van totaal 5 uur, die langs de verschillende waterdammen op de berg voert. De top was 1,5 uur lopen. De tocht is stijl. Dat hadden we al gelezen. Dat de uitzichten veel goed maken, dat lazen we ook en, was achteraf gezien ook waar. Toen we de eerste slang weg zagen, voelden we ons Freek Vonkerig. Toen we via de bergwand, begroeid met varens, water naar beneden zagen druppelen, waanden we ons echte globetrotters. Het avontuurlijke gevoel ebde wat weg toen er een auto ons wilde passeren. Maar dat heb je dus op een “Jeep” track. Gelukkig waren het de rangers van Table Mountain National Park, dus het Out of Africa-gevoel was snel weer terug.

Oké, dat was pijnlijk

Dat wij aan een groepje met zeg maar dames van middelbare leeftijd, moesten vragen hoe ver het nog was, was wat minder voor ons zelfvertrouwen. Dat we mensen boven ons zagen wandelen via een veel ruiger trappen-pad, hebben we genegeerd. Maar dat we, aan het einde van ons latijn, al rennend ingehaald werden, door een groep joggers, leek toch even de limit te zijn. Leek. De echte limit was namelijk, dat toen we dé top hadden bereikt. En het gevoel hadden, dat we bovenop de wereld stonden, een groep bejaarden zagen zitten. Niet van die 50-plussers, maar van die hele oude gebogen mensjes in camouflage-kleding. Met stokken weliswaar. Maar ze hadden het klusje toch maar mooi geklaard. Ze hadden wel van die natte ruggetjes, maar geloof dat wij er erger aan toe waren.

We gingen trainen

We liepen dan ook wat verdwaasd en met trillende benen naar beneden. Vol van het feit, dat ze hier dus zó sportief zijn, dat je zelfs de bij het beklimmen van een berg aan alle kanten zichtbaar overtroffen wordt. We verwachtten eigenlijk, dat er elk moment iemand voorbij zou komen, die de berg op en neer gerend had. Voor de derde keer die ochtend. Fluitend. Met iemand op z’n rug. Met gewichten aan zijn benen.

Diezelfde week zijn we nog een keer gegaan. Om te trainen. Om beter te worden. Wat er de eerste keer gebeurd was, was toch onze eer te na. Wederom moesten we weer even aan de kant voor de jeep. En wie zaten erin? Een groep bejaarden. Gecamoufleerd en met van die stokken. Dat vinden wij dus heel onsportief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *