Geplaatst op Geef een reactie

Bregje’s Column: We gingen op bezoek bij de minister en dat ging er zo aan toe

minister

Dan heb je om negen uur ’s ochtends ‘n afspraak met een minister. Van economische zaken. Omdat je de President van de Kaap een mail hebt gestuurd met een ideetje. Over werkgelegenheid. Met een landelijk werkloosheidscijfer van zo’n 30% kon hij waarschijnlijk niet anders, dan zijn minister te vragen om een afspraak in te plannen. Wij waren onder de indruk van het directe resultaat. Omdat je bij zo’n afspraak allerminst te laat wil komen, zorgden we dat we ruim op tijd aanwezig waren. Een half uur voor de afspraak, richtten we ons dan ook tot de dame van de receptie. De keuze voor haar, was enkel gebaseerd op het feit, dat zij niet sliep.

We begonnen met de vraag of dat we bij het juiste adres waren. Aan de gevel hing het overheidsteken, maar er was wat onduidelijkheid over het nummer. 141 of 143? En of er misschien nog een andere ingang was? Gezien de blik in haar ogen leek ons dat ‘n goede vervolgvraag. Zij bevestigde, dat we juist waren. Na de nodige overbodige en handmatige administratie vroeg ze of dat we naar de boardroom gingen. De little black dress doet z’n werk, dacht ik nog. We antwoordden, dat we dat niet wisten, maar dat we voor de minister kwamen. De naam van de minister zei haar helemaal niets. Hebben haar dan ook maar het mailbericht van zijn secretaresse laten lezen. Haar heeft ze gebeld. We zouden zo opgehaald worden. Daar stonden we dan. In een grote lelijke betonnen hal. Voor de klapdeuren. Lekker op de tocht. Beetje spijt van enkel het jurkje. Gevoelstemperatuur tien graden. Maar daar trokken de vliegen, die rond de afgestorven plant cirkelden, zich niets van aan.

Te laat

De eerste tien minuten heb ik me kunnen entertainen met alles wat door de beveiligingspoortjes kwam én het wegslaan van de vliegen. Opvallend hoeveel medewerkers rond half negen vertrokken. En elke keer wanneer ik dacht dat we dan eindelijk opgehaald zouden worden, kwam de desbetreffende dame enkel haar kledingpakket ophalen. Toch nog maar een keer bij de receptioniste geïnformeerd. Ondertussen redelijk onderkoeld in het jurkje. Zij mompelde iets over een andere ingang om de hoek. Maar daar konden we niet in. We zouden hier opgehaald worden. De net ontwaakte beveiligingsmedewerker bevestigde, dat we zo naar de boardroom op de zevende verdieping zouden gaan. We belden de secretaresse zelf maar even. Zij stond op het punt om naar ons toe te komen. Nog maar eens benadrukt, dat wij in die (tochtige) hal stonden. Bij die vrouw, die ze twintig minuten geleden zelf gesproken had. Van dat gebouw. Om de hoek.

Waar we zijn

Twee voor negen niemand te bekennen. Wij bellen de secretaresse weer. Maken ons gezien de tijd toch wat ongerust. Collega neemt op. Secretaresse zit niet op haar plek. Onderweg hè?! Zij komt ook wel even naar ons toe. Zogezegd zo gedaan. Ze neemt ons mee het gebouw in en wijst ons naar de lift. Zevende verdieping intoetsen. Ja én dan?! Kunnen we niet eens meer vragen, want weg is ze. Zij is niet geautoriseerd in dit pand. Zegt de beveiliger. Dan belt de secretaresse zelf. Waar we zijn. De minister zit op ons te wachten. Op de zevende? Nee gewoon op de begane grond. Om de hoek. Wij in ganzenpas naar buiten. Een verbaasde receptioniste en bewaker achter ons latende. Zij begrepen er niets van. Hebben ze vast vaker. Buiten op straat worden we aangesproken door een vriendelijk ogende man. Of dat wij die Nederlanders zijn, die een afspraak met de minister hebben? Hij is ons gaan zoeken, omdat ze het al zo gek vonden, dat Nederlanders te laat kwamen. Dat kan dus. In Afrika.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *