Posted on Geef een reactie

Bregje’s Column: ‘We gingen eten bij ‘s werelds beste restaurant van het jaar’

wolfgat Zuid-Afrika

Wat verderop aan de westkust vind je een klein restaurant. Op een duin. Direct uitkijkend over ‘n breed zandstrand en ‘n hardblauwe zee. Het is gevestigd in een wit gebouwtje van zo’n pakweg honderddertig jaar oud. Er werken naast de kok nog zes andere medewerkers. Zij hebben daar alles geleerd. Ze doen ook alles samen én zelf. Van het koken, het opmaken van de borden tot de afwas. Doe ik zelf (soms) ook, maar daar gaat het nu niet om. Je eet er bijzonder duurzaam én ook nog eens relatief betaalbaar. En dat is een bijzondere combinatie.

Er zijn slechts 20 plaatsen. De gasten moeten een dag van tevoren aangeven of ze werkelijk komen. Want dan weet het personeel, wat er op het strand gejut moet worden. Jawel. De belangrijkste ingrediënten van de maaltijd komen direct van het strand. Wordt ’s ochtends op weg naar het werk, simpelweg geplukt. Of nog even uit het bijgelegen tuintje geknipt. Waar je naast zeewier, dan zo ongeveer aan moet denken? Nou bijvoorbeeld aan soutslaai, duinspinazie of wat klipkombers.

Wow, verrassing!

En toen. Ineens. Bam. Werd dat kleine duurzame restaurantje, met de kok, die eigenlijk helemaal geen chef wilde worden, uitgeroepen tot “World’s Restaurant of the Year.” De snel begrijpende lezer zal snappen, dat deze dame daar met haar familie, dan toch eens heen moest. We zijn immers nu nog in de buurt. Gelukkig zat onze aanvraag, aan het begin van de tsunami van reserveringen, dus wij waren op vrijdagavond, 20% van de bezetting.

Onze entree, samen met onze vrienden, was groots. Wat niet echt heel gek was gezien de smalle afmetingen van het restaurant en het kleine aantal andere gasten. Iedereen was schijnbaar in stilte in afwachting van wat komen zou gaan. Het was overduidelijk, dat de lat lekker hoog lag. In het restaurant van het jaar. Van de héle wereld. Maar na het aperitief werd de sfeer, aan de andere tafels gelukkig ook wat gezelliger. Wij hebben er ’n bijzondere avond gehad. Hebben zelfs weer ouderwets foto’s van de verschillende gangen gemaakt. Je eet immers niet elke dag strandveld snacks of seebamboes. Plus je weet ook niet wanneer je weer terugkomt. Dit hele jaar is het restaurant sowieso totaal volgeboekt. Afsluitend hebben we nog onderhoudend gesproken met de chef. Die ons tijdens het gehele diner ook voorzag van wijn. En dat is geen makkelijke klus.

Wolfgat

Voor degene die er geïnteresseerd in zijn. Het restaurant heet Wolfgat. Het ligt in Paternoster en dat is weer zo’n twee uur rijden vanaf Kaapstad. Gezien de afstand zijn we er meteen maar een weekend gebleven. Paternoster zelf is een klein vissersdorp. De naam betekent “Onze vader.” Dat is daar namelijk heel wat gepreveld door Europese zeevaarders, die graag weer behouden thuiskwamen. In de huidige tijd is het dorp onder andere bekend om zo’n witte kleine huisjes en het uitgestrekte strand.

De kinderen hebben zich daar uitermate goed vermaakt met het zoeken van schelpen, bouwen van zandkastelen en het zichzelf ingraven. Waar die fascinatie toch vandaag komt? De ouders hebben zich ondertussen verwonderd over alles wat op zo’n strand voorbij sjouwt. Waarbij het wat oudere echtpaar mét wandelwagen en klimmende aap met luier, de kroon spanden. Wat het plaatje daar trouwens compleet maakt zijn de vissersboten, die op het strand liggen. Vanuit die boten kan je direct net gevangen vis en zeevruchten kopen. Hap zeewier erom. Wat klipkomber erbij én klaar ben je.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *