Geplaatst op Geef een reactie

Bregje’s Column: ‘Wachten tot het afval buiten staat’

Zuid-Afrika

Onlangs zette ik ’s morgensvroeg heel genderneutraal het afval buiten. Zo zijn wij. Afval wordt hier met de beste bedoelingen gescheiden. Plastic, blik en glas apart. Én een grijze afvalcontainer voor de rest.

Omdat ik na al het gesjouw natuurlijk toch nog wat vergeten was, moest ik weer terug. Dit keer nam ik de snelle route ofwel de buitendeur naar buiten. Ik stapte wezenloos in mijn allesbehalve charmante ochtendtenue met het desbetreffende afval in mijn hand op de bak af. Sta ik ineens totaal onverwacht oog in oog met een wat verwaarloosde en donkere man. Die was daar 30 seconden geleden nog helemaal niet. Daar stond hij met zijn armen in onze grijze container. Te graven. Hij keek wel uitermate vriendelijk. Ik vond de situatie zo netelig, dat ik alleen maar sorry kon stamelen. Sorry zei ik, terwijl ik direct rechtsomkeert maakte. Met het vuilnis in mijn hand. Kon het niet over mijn hart verkrijgen om ons vuil letterlijk recht voor zijn neus, voor zijn ogen, waar ik net ingekeken had, in de bak te gooien. Al stonden hij en de bak er wel helemaal voor open. Omdat het beeld van mensen gravend en etend uit een vuilnisbak nooit went en om ons schuldgevoel af te kopen, leggen we voortaan net voordat de bak naar buiten gaat wat lekkers bovenop. Zo heeft vorige week een man heerlijk van wat oude sushi en bruine bananen zitten smullen. Hopen we dan.

LEES OOK: She’s the momb: Lizet Greve

Wachten op de vuilnis

Het treurige is, dat er elke week meerdere mensen in de straat staan wachten, op het moment dat het vuilnis buiten wordt gezet. Binnen no time horen we dan ook het rinkelen van hun winkelwagentjes en onze wijnflessen. Over recycling gesproken. Het is helaas ook niet maar één persoon. Ze wisselen elkaar gedurende de dag af. Ben ergens wel benieuwd hoe ze selecteren. Gaan ze voor het eten? Of juist voor iets wat ze weer kunnen verkopen? Én waar ligt hun grens? Alleen de geur al zou voor mij genoeg zijn. Enfin al dat gegraaf resulteert in het feit dat rond het middaguur, alles wat onderin de bak zat bovenop ligt. Of erger nog. Ernaast. Een zuchtje wind en bam het ligt direct in de oceaan. En dat moeten we dan weer aan onze eco-kinderen uitleggen.

Efficiency en snelheid gaan niet samen

Nu zou je kunnen denken, dat het misschien handiger is om het afval pas buiten te zetten net voordat de vuilniswagen komt. Maar helaas gaat die vlieger niet op. Twee verschillende ophaaldiensten en die kunnen om acht uur in de ochtend, maar net zo goed om en tien uur ’s avonds komen. Enig ritme, enige regelmaat heb ik nog niet kunnen ontdekken. Opvallend is wel, dat wanneer ze er zijn, ze standaard zeer efficiënt te werk gaan. Zo is er zelfs een voorman die alles klaarzet. Heb altijd het idee, dat tegen ze gezegd is, dat wanneer ze klaar zijn, ze naar huis mogen. Zo snel als het gaat. En over het algemeen zijn snelheid en efficiency hier begrippen, die totaal niet samengaan. Wanneer ik dat tegen onze hulp zeg, dat wanneer zij klaar is, ze naar huis mag, dan vind ik standaard de was drijfnat ik de kast terug. Maar die vuilnisophalers verbazen mij keer op keer. Ondanks hun snelheid vinden ze zelfs de tijd, om te laten weten dat ze geweest zijn. Dat “boss” de container weer naar binnen kan halen. En daar gaat deze “boss” dan.

LEES OOK: Heb jij ‘Moeder Genoeg’ al ge-preordered?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *